dinsdag 8 mei 2012

Vijf keer Voltaire en uitverkoop bij De Slegte


Het zijn weer hectische weken voor boekenliefhebbers. Uitgeverij Van Gennep heeft onlangs enkele voorradige delen van de bekende en voorbeeldige Voltaire vertalingen van J.M. ("Hannie") Vermeer-Pardoen in de ramsj gedaan voor € 10 per titel. Het gaat allereerst om twee ingebonden, behoorlijke dikke briefwisselingen die Voltaire gedurende enkele decennia heeft gevoerd met Frederik de Grote (van Pruisen) en Catharina de Grote (van Rusland), twee zogenoemde "Verlichte despoten". Met name de langdurige briefwisseling met Frederik laat de ups & downs van een "vriendschap" en het af en toe naar de oppervlakte komen van de eigen belangen zien. Ook is de verzameling "mengelwerk", bijeengebracht door de vertaler in De onwetende wijsgeer, goed voor bijna 500 bladzijden 18e-eeuwse scherpzinnigheid, door de uitgever verramsjt. Hierin bijvoorbeeld een dialoog "tussen een brahmaan, "Overwegingen voor domoren", "Christelijke gesprekken of Voorbehoedmiddel tegen de Encyclopedie" en "Over het huiveringwekkende gevaar van lezen". Heerlijke, voorbeeldige uitgaven, al is op de kleurstelling van de stofomslagen, met name die van de briefwisselingen, wel iets aan te merken.


Daarnaast heeft Van Gennep de "goedkope heruitgave" (paperbacks dus, niet ingenaaid) van zowel de Filosofische vertellingen als het beroemde Filosofisch woordenboek (of de Rede op alfabet). Beide eveneens voor € 10 per titel, dus relatief duurder in de ramsj t.o.v. de gebonden delen, maar een kniesoor die daarop let: voor op de kop af € 50 euro kun je aardig kennis maken met het werk van Voltaire en je bibliotheek een waardige aanvulling geven. In de Filosofische vertellingen zijn enkele bekende vertellingen opgenomen, zoals "Micromegas", "Zadig of Het lot" en "Candide of Het optimisme". Ik werd door de nieuwsbrief van boekhandel De Tribune in Maastricht geattendeerd op dit suikergoed en holde dus als een junkie naar zijn shot. Als het goed is in elke "betere boekhandel" te verkrijgen. Zie ook de folder van de uitgever (zoeken op "Voltaire" werkt het snelste).

Alsof dat nog niet genoeg is, rolt De Slegte van de ene in de andere aanbieding. Op de suggestie dat ze flink hun voorraad willen opmaken vanwege de "fusie" met Selexyz wordt vooralsnog ontkennend gereageerd, maar de doorloopsnelheid wordt aardig bevorderd. Eerst waren er al de acties 3 boeken voor € 10 (bij nieuwere partijen is dat 3 voor 15 geworden). Vervolgens werden vele, al langer in voorraad zijnde, ramsj-titels afgeprijsd naar € 2,50 en € 5 onder het mom van "magazijnverkoop". Speciaal daarvoor werd per filiaal een avond, na sluitingstijd, opengesteld. De suggestie dat dit slechts een eenmalig timeslot betekende, bleek gelukkig vals alarm, want nog steeds vind je deze actie in de diverse filialen. Daar bovenop kwam vervolgens de actie "2e boek voor de halve prijs", een actie die op zijn beurt weer ingehaald is door "25% korting op alle ramsj en tweedehands boeken". Sommige aankopen had ik beter 2 weken kunnen uitstellen, maar bevreesd als je bent dat voor jouw favoriete titels de voorraad wel snel geslonken zal zijn, heb ik vóór 1 mei al menige titel aangeschaft dan wel "aanbevolen" aan familieleden, om hun het zoeken naar een zeer betaalbaar, gepast en erg gewenst cadeau te besparen. Zo zijn, op een of andere wijze, bij mij onlangs de volgende boeken aan de bibliotheek toegevoegd:
  • De eerder gemelde biografie door S. Hanuschek van Elias Canetti voor € 19,99 (na huidige korting: € 15). Mooie uitgave in de Open Domein reeks van De Arbeiderspers.
  • Nog een deel in de Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep, namelijk De omzwervingen van jonker Harold (Child Harold's Pilgrimage) van Lord Byron voor € 19,99 (na huidige korting: € 15). Need I say more? Door deze twee titels samen te kopen, kwam de korting van 50% op 2e boek op hetzelfde neer als de latere korting. Berekenende bibliofiel dat ik ben!
  • Anny Duperey, Schaduw en stilte. - [vert. uit het Frans door Théo Buckinx]. Breda: De Geus, 2004, 1e druk. Gebonden. 233p. ISBN 90-445-0368-5. - Vertaling van: Le voile noir. - Een ontroerend boek over een zoektocht van een schrijfster/actrice, die haar ouders jong verloor, naar het eigen verleden, naar aanleiding van foto's van haar vader. Zeer fraai vormgegeven, foto's mooi afgedrukt. Ontroerend mooi is de foto van de moeder op jonge leeftijd, uit tijden van "welstand", waarbij ze als klein meisje in een soort sjieke skelter zit.

  • Ook in de € 2,50 actie zat Péter Esterházy; Verbeterde uitgave. - [vert. uit het Hongaars door Robert Kellermann]. Amsterdam / Antwerpen: De Arbeiderspers, 2004, 1e druk. Gebonden. 320p. ISBN 90-295-2259-3. - Vertaling van: Javított Kiadás. Dit is een vervolg, of beter een correctie op diens meesterwerk Harmonia Caelestis (eerder ook al bij De Slegte te verkrijgen). Het boek is ontstaan toen de Hongaarse archieven van de communistische tijd opengingen en Péter er achter kwam dat zijn vader geheuld heeft met het regime en zelfs zijn eigen zoon bespioneerd. Hoe verknipt zo'n controle-staat zijn burgers maakt...
Tot slot zijn er enkele deeltjes uit de reeks "De Twintigste Eeuw" van uitgeverij Atlas verkrijgbaar, enkele al voor € 2,50 of € 5, andere - meer recent binnengekomen titels - voor een euro of 7 (maar ze lopen ook weer mee in de actie 3 voor € 15 en natuurlijk geldt ook de algemene 25%-korting. Meestal kun je kortingen en acties niet combineren of stapelen, dus ik ben benieuwd wat er voor prijs zal komen bij de kassa. Het gaat om titels als: Theater van W. Somerset Maugham (de enige die ik zelf nu heb aangeschaft), De sterren en het meer van dezelfde schrijver, Dagboek 1953-1969 van Witold Gombrowicz, Niet als de anderen (Si le grain ne meurt - ook wel vertaald o.d.t. "Als de graankorrel niet sterft") van André Gide, zeker 3 titels van de Franse schrijfster Colette, Liefdesverhalen van Robert Walser, Homo Faber van Max Frisch, 2 keer Prokosch en Tussen de raderen van Herman Hesse. Het gekke is dat de serie (paperbacks) er goedkoop uitziet: de binnenzijde van voor- en achterflap, met foto's van andere delen uit de reeks is ronduit lelijk, maar als je enkele delen, zoals bij De Slegte Nijmegen, naast elkaar op tafel ziet liggen, met die eendere stijl en opmaak, dan hebben ze ook wat - ik zou er bijna weer een reeks bij hebben, naast al die andere reeksen die ik al verzamel. Toch maar even niet, voorlopig...

vrijdag 3 februari 2012

Duitse filosofie en andere boeken

Een van de mooiste boeken in de ramsj die ik tegenkwam deze week, en goed afgeprijsd, is het boek van Terry Pinkard, Duitse filosofie 1760-1860: De erfenis van het idealisme. - [vert. uit het Engels door Susanne Castermans-Nelleke]. Amsterdam / Antwerpen: Atlas, 2010, 1e druk. Gebonden. 448p. ISBN 90-450-0749-6. - Vertaling van: German Philosophy 1760-1860.  Van € 49,90 (zie nog steeds op uitgeverssite) naar € 12,50 - slechts een kwart van de prijs voor dit mooie gebonden boek, en dat binnen twee jaar na uitgave! Gezien bij zowel Selexyz vestigingen als de onafhankelijke boekhandels, ook verkrijgbaar via bol.com voor deze aantrekkelijke prijs.



Hier en daar ben ik ook de 7-delige set van Nietzsche's Nagelaten fragmenten tegengekomen, mooi uitgegeven bij Boom, afgeprijsd van bijna € 150 naar € 95 euro, voor de 7 delen samen, in cassette netjes bij elkaar. Ook gezien bij andere boekhandels. Uitgeverij Boom heeft inmiddels een heel aardig filosofische fonds opgebouwd. De mooiste uitgaven vind ik zelf die fraai ingebonden boeken met zachtgrijze stofomslagen, zoals Aldus sprak Zarathoestra, eveneens van Nietzsche, of De religie binnen de grenzen van de rede van Kant. Delen uit deze reeks zullen niet snel verramsjt worden, maar laatst zag ik wel bij boekhandel Livius in Tilburg een mooie display, waarbij er tijdelijk korting werd gegeven op alle delen uit deze reeks.

Bij boekhandel de Plantage in Roermond vond ik ook twee Engelstalige werkjes over Rembrandt, niet speciaal fraai gebonden, maar wel voor slechts luttele euri (ik meen 7,90 per deeltje), ten eerste Rembrandt's Reading: the Artist's Bookshelf of Ancient Poetry and History door Amy Golahny. Nieuw moet dit boekje € 49,95 hebben gekost, bij bol.com zijn ze alleen nog tweedehands (vanaf ca. 25 euro) verkrijgbaar of digitaal voor meer dan 35 euro!  Daarnaast The Rise of the Cult of Rembrandt, van Alison McQueen, bij bol.com nog te koop voor 13,99 (digitaal € 39,95), maar bij genoemde boekhandel voor een stuk minder dan 10 euro.

Wat anderen ook al zijn opgevallen, de - in mijn beeldvorming en herinnering nog maar pas uitgekomen - biografie over Willem Elsschot door Vic van de Reijt, die nu al voor € 15,00 verkrijgbaar is. Bij boekhandel Spijkerman in Eindhoven zag ik een heel stapeltje liggen, tot buiten op een stoeltje, netjes in de uitgeversfolie. Check bij Bol.com: ook daar verkrijgbaar, zij vermelden maart 2011, dus dat boek is nog geen jaar geleden uitgekomen! Misdadig bijna. Dat ik niet de eerste ben, die ze heeft opgemerkt, is te zien bij een collega blogger, Boeken over Boeken.

Grijp die kansen, koop die mooie boeken en lees ze!

maandag 2 januari 2012

Inhaalslag (1)

In deze eerste inhaalslag een aantal titels van bij De Slegte waarop ik u al lang had willen attenderen:


Fernando Pessoa in uniforme editie, mooie paperbacks met flappen:
  • Fernando Pessoa - Brieven 1905-1919, vertaald, van aantekeningen en een nawoord voorzien door August Willemsen, De Arbeiderspers, ISBN: 9789029536851. € 9,99
  • Fernando Pessoa - Brieven 1921-1935, vertaald, van aantekeningen en een nawoord voorzien door August Willemsen, De Arbeiderspers, 2005, ISBN: 9789029562393. € 12,99
  • Fernando Pessoa - Herostratus: over onsterfelijkheid en vergankelijkheid van literaire werken, De Arbeiderspers, 2003, ISBN: 978902953659. € 7,99
Verder staan inmiddels aardig wat delen uit de Gouden Reeks van Athenaeum-Polak bij De Slegte, grote gebonden boeken met gouden stofomslag en in cassette. Sommige delen heb ik al eerder gesignaleerd.
  • F.M. Dostojevski - Duivels, Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2008, 711p. ISBN: 9789025363802. € 24,50
  • Baltasar Gracian - De criticon of de kunst van het leven. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008, 710p. ISBN 978902536331. € 24,50 
  • Edgar Allen Poe - Alle verhalen. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2007, 1106p. ISBN: 978902536323. € 29,99, werkelijk prachtige editie met de tekeningen van de lerse graficus Harry Clarke (1889-1931). Net als andere boekhandels verkoopt De Slegte ook de eBook versie hiervan, maar die kost maar liefst € 55,95! Alsof het grote verschil in beleving niet ook een groter verschil in prijs rechtvaardigt.
In de categorie non-fictie zou ik willen aanbevelen:
  • S. Hanuschek - Elias Canetti: de biografie, De Arbeiderspers, 682p. ISBN: 9789029566520. € 19,99 Mooie uitgave.
  • Richard Evans - Het Derde Rijk, deel 3: Oorlog, Het Spectrum, 2009, 1015p. ISBN: 9789071206597. € 19,99. De delen 1 en 2 heb ik halverwege 2010 al kunnen bemachtigen, nu eindelijk het laatste deel in de ramsj. Zo zie je maar: geduld is een schone zaak.
  • Anne Troelstra - Kolibries in de oren: natuurhistorische reisverhalen 1700-1950, Atlas, 2009, 654p. ISBN: 9789045015941. € 14,99. Een vervolg op het eerder verramsjte Tijgers op de Ararat.
  • Anne Troelstra - Van Spitsbergen naar Suriname: Nederlandse natuurhistorische reisverhalen, Atlas, 2008, 478p. ISBN: 9789045000817. € 9,99

    Als je van Jeroen Brouwers houdt (ik zelf nauwelijks), kun je je hart helemaal ophalen:
    • Jeroen Brouwers - Kroniek van een karakter [brievenboek], Atlas, 2004. ISBN: 978904500419. € 8,99.
    • Jeroen Brouwers - De zwarte zon: essays over zelfmoord en literatuur in de twintigste eeuw, Atlas, 2000. ISBN: 9789045001593. € 6,99.
    • Jeroen Brouwers - In het midden van de reis door mijn leven: oerboek, Atlas, 2006. ISBN: 9789045015965. € 6,99.
    • Jeroen Brouwers - De schemer daalt: slenteren door mijn boekenkast, Atlas, 2005. ISBN: 9789045012629. € 6,99.
    • Jeroen Brouwers - Het leven, de dood [keuze uit verhalen], Atlas. ISBN: 9789045010168. € 5,99.
    • Jeroen Brouwers - Sysiphus' bakens: vloekschrift, Atlas, 2009. ISBN: 9789045014890. € 5,99. 

    Tot slot wat Nederlandse en vertaalde romans:
    • Joseph Roth - Rechts en links, Atlas, 2009, 223p. ISBN: 9789045004594. € 8,99 (in de mooie gebonden Roth editie).
    • Orhan Pamuk - De heer Cevdet en zonen, De Arbeiderspers, 710p. ISBN: 978902956465, een mooi gebonden editie, maar met € 11,99 niet echt heel goedkoop geprijsd.
    • Orhan Pamuk - Het valies van mijn vader, De Arbeiderspers 2007, 80p. ISBN: 978902956554. € 5,99.

        Nieuwe opzet ramsj-tips

        Het is al weer een tijd geleden dat de vorige ramsj-tip verscheen. Dat heeft verschillende redenen, maar tijd en de combinatie met andere bezigheden vormen de belangrijkste. Als ik boeken bespreek, dan wil ik het betreffende boek recht doen door er diepgaand genoeg op in te gaan. Met het moordende tempo waarin - ook mooie - boeken momenteel verramsjt worden, is dat voor mij als particulier die dit naast gezin, werk en andere hobby's pro domo verricht, niet meer haalbaar volgens de normen die ik daarvoor voor ogen heb. Dat is jammer, maar het is niet anders.

        Wat zijn de alternatieven?
        1. Ermee ophouden. Ik vind dat de minst bevredigende, omdat ik graag anderen laat delen in de rijkdom van de verramsjte boeken en ik nu eenmaal heel regelmatig bij De Slegte en andere boekhandels kom. Daarnaast vind ik de rubrieken in de "kwaliteitskranten" vaak erg laat met hun signalering en erg beperkt. Daar zullen goede redenen voor zijn, maar in dit tijdperk van snelle beschikbaarheid van informatie vind ik dat onbevredigend.
        2. Het aan elkaar praten van de gevonden titels al dan niet ondersteund door de "blurb" van de uitgevers, de standaard commentaren of de biblion recensies, die je eindeloos gekopieerd ziet in de media. De formulering verraadt al dat ik ook dat geen aantrekkelijke optie vind. Ik hou er niet van om klakkeloos na te praten of te kopiëren. Dat voegt niets toe. Dan verwijs ik nog liever door naar één of meer bronnen waarin die teksten zijn te vinden.
        3. Dat brengt me bij het scenario waar ik de minste bezwaren zie: een signaleringsfunctie. Omdat dit veel minder tijd en werk kost, kan dat wekelijks, zoniet dagelijks indien nodig. Ik beperk me dan tot een goede titelbeschrijving, vindplaats en prijs. Meer is ook eigenlijk niet nodig. Het is een trigger voor de lezer; aan hem de keuze om zich verder te oriënteren of het betreffende boek hem werkelijk aanspreekt - meestal is een bezoek aan de betreffende boekhandel de beste verleider.
        De eerste paar bijdragen zullen ook al langer verramsjte titels vermelden, bij wijze van "inhaalslag". Gelukkig zal ik het niet kunnen laten om af en toe, doordat een boek mij inspireert, een uitgebreide bespreking schrijven, maar deze plaats ik dan op mijn algemene site over boeken: http://www.libri.nl. Vanzelfsprekend zal ik er middels deze blog ook op attenderen. Ik hoop dat u mijn ramsj-tips met plezier blijft volgen. Daarnaast sta ik open voor suggesties en commentaar.

        Laten we hopen op weer een fantastisch boekenjaar, of in de geest van deze blog: ramsj-jaar.

          vrijdag 16 september 2011

          Na de komkommertijd

          De zomerperiode was dit keer wat mij betreft een komkommerperiode. Behalve het boek van Anna Komnene, Het verhaal van Alexios, heb ik mijn geld elders besteed. Voltaire is niet zo'n heel bekende uitgeverij, maar ze timmeren inmiddels aardig aan de weg met vertalingen van bekende en minder bekende klassieken, en dan met name uit de Griekse en Romeinse Oudheid, zoals een aantal vertalingen van Vincent Hunink: onder andere Cyprianus' Bidden in een boze wereld, maar ook teksten die maar deels zijn overgeleverd. Een heel deel hiervan is inmiddels bij De Slegte te vinden.
          Niet alle boeken zijn even mooi uitgegeven, met name de paperbacks vallen wel eens tegen, onder meer omdat het icoontje van de uitgeverij op de titelpagina wat onhelder is afgedrukt. De twee delen Annalen van Tacitus, in de vertaling van M.A. Wes (ik meen een herdruk van de Ambo-klassiek uitgave), zien er wel netjes uit, hoewel ik een andere kleur had gekozen voor het stofomslag. Van de twee delen heb ik in verschillende vestigingen alleen nog maar het tweede deel, Claudius en Nero: Annalen Boek XI-XVI gezien.

          Maar dan is die zomer voorbij, en dan blijkt, als je weer eens De Slegte binnenloopt, dat je ogen en geld tekort komt om alle mooie aanbiedingen aan te kunnen. Om die reden is deze ramsjtip exclusief gewijd aan boeken van De Slegte en beperk ik me tot een korte aanduiding van de boeken.

          Allereerst is er die oogstrelend mooie uitgave door De Bezige Bij van De Russische romans (2 delen) en De Amerikaanse romans (nog eens 2 delen) van Vladimir Nabokov, chronologisch geordend, in totaal dus 4 delen. Bij elkaar opgeteld ruim 4000 bladzijden, in een uniforme "set". Niet te geloven, want nog niet zo heel lang geleden heb ik op het punt gestaan een deel te kopen. Omdat de delen in de winkel los een kleine 50 euro kostten, en ik in die andere mooie editie van de romans en verhalen van Nabokov (per titel uitgegeven, eveneens door De Bezige Bij), heb ik steeds geaarzeld. Nu liggen ze bij De Slegte voor nog geen 20 euro per deel! In Eindhoven gingen ze volgens mij als zoete broodjes over de toonbank. De voorraden verminderden snel en eind vorige week zag ik van twee titels nog één exemplaar. That's it! In Arnhem zag ik wel nog enkele complete setjes liggen (mogelijk beter ingekocht), maar hoe lang dat nog zal duren? Via Twitter heb ik anderen enthousiast gemaakt, en daarvan zijn er ook enkele naar het dichtstbijzijnde filiaal gerend.

          Ook in de ramsj terecht gekomen zijn twee delen uit de zogenoemde Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep: De criticon of de kunst van het leven door Baltasar Gracián en Duivels van F.J. Dostojevski, beide geprijsd voor € 24,50. En volgens mij heb ik in Eindhoven ook nog enkele exemplaren van De verloofden van Manzoni gezien, al iets eerder in de ramsj, maar die had ik al een keer elders tweedehands verworven.
          Bij Russische schrijvers aarzel ik nog wel eens, omdat ik die in principe in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot wil hebben. De boeken uit de Gouden Reeks zijn mooi per deel in cassette uitgegeven, al zijn ze door hun grootte (ook qua typografie) wel wat pompeus. Ook vind ik ze niet echt goedkoop, in het verleden heb ik, eveneens bij De Slegte, bijvoorbeeld Het ravijn van Gontsjarov voor slechts €14,99 gekocht (2009!) en De volmaakte ridder Tirant lo Blanc van Martorell voor €19,90 (in 2007).

          De Baskerville Serie en de Grote Bellettrie Serie blijven van Athenaeum voor mij de mooiste reeksen. Blij was ik dan ook voor €14,95 de Verzamelde gedichten van de minder bekende Romeinse dichter Claudius Claudianus aan te treffen. Geen twijfel mogelijk: kopen.


          Het is wel zaak het mooie buikbandje ervan af te halen (en goed te bewaren), want ook al ben je nog zo voorzichtig, de crème omslagen hebben wel de neiging, al is het maar iets, te verkleuren, en dan zie je dus kleurverschil - ik heb het met enkele delen aan de hand, soms ontstaan in mijn eigen bibliotheek, andere keren al bij de vorige eigenaar. Claudianus is, zoals gezegd, niet zo'n bekende dichter, maar hij heeft prachtige verheven epische gedichten geschreven, al zijn ze soms wel wat Romeins-nationalistisch (maar dat vind ik ook van de Aeneïs van Vergilius).

          Het kan niet op deze keer. Ook de verzamelde, door Komrij zelf "kapitale" genoemde, stukken zijn tegen gereduceerde prijs verkrijgbaar. Deze tweedelige set, die onder de titel Inkt is uitgegeven in een cassette bevat tal van columns, zelfverklaringen en zelfrechtvaardigingen, met scherpe pen neergeschreven, vaker eerder gedoopt in bloed en gal dan in inkt, dus de titel is ook ironisch te duiden. Bekende stukken over de "treurbuis" (de televisie), politieke en maatschappelijke dwalingen, het dichterschap en zichzelf ("een gelukkige schizo"). Gericht tegen slap geouwehoer, tegen "begrip" dat ons allemaal soft maakt. Er moet af en toe eens heerlijk gescholden kunnen worden, zonder nuance. Je zou zo'n uitgave het liefst als hard cover willen zien, maar al met al zijn het mooie paperbacks en dus kon ik ook deze niet achterlaten. Weer kassa voor €19,95 - geen geld toch?

          Wat ik wel heb achtergelaten, maar dat vooral vanwege de bij dit mensenleven horende beperkingen qua budget, stallingsruimte en leestijd, zijn de volgende titels, maar ik kan ze meteen iedereen aanraden:
          Kortom deze begerige lezer en verzamelaar bevond zich wederom weer eens als een kind in een snoepwinkel. Wikken en wegen, dat is de kwestie!

            woensdag 30 maart 2011

            Beter kan ik even niet


            Kees Fens, In het voorbijgaan. Kleine essays. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2007. De Slegte, € 5,99.

            Sommige mensen kun je echt missen omdat ze er niet meer zijn. Kees Fens hoort daar bij. Ook als je hem voor zijn overlijden in 2008 al ruim tien jaar niet meer persoonlijk had ontmoet. Daarvoor kwam hij nog vaak genoeg op televisie. Zijn enthousiasme en vermogen tot bewonderen heeft hij overgedragen op een hele generatie studenten, in levende lijve, en op generaties lezers die in bredere zin als zijn studenten kunnen worden gezien. Zelf koesterde hij als lezer zijn eigen leermeesters, die hij als autodidact vooral in boeken terugvond. Fens heeft geen “school gemaakt” in de klassieke zin van het woord. Daarvoor was hij te weinig theoreticus en teveel een liefhebber van de praktijk. Te breed georiënteerd ook. Wel heeft hij een aantal mensen ongeneeslijk besmet met liefde voor poëzie in het algemeen en voor het werk van dichters als Leopold, Nijhoff, Achterberg, Kouwenaar en Faverey in het bijzonder.

            Het is altijd wat gevaarlijk voor een schrijverschap, ook van een essayist, en zeker in de “nadagen” (wij mensen zijn toch altijd geneigd te denken in de trits: opbloei, hoogtepunt, neergang), een verzameling van wat lossere stukken te bundelen onder de titel In het voorbijgaan, wat niet de allerorgineelste titel is en een misschien wel valse bescheidenheid uitdrukt. De informatie op de achterflap maakt het er niet beter op: deze “artikelen” (wat het ook niet zijn) gaan “over iets wat Fens heeft meegemaakt, meestal onlangs”, waaronder het lezen van boeken en bezoekjes aan concerten, en musea. Hoe spannend kan dat zijn! En dan ook nog de verzekering (door de uitgever?) op dezelfde achterflap dat het geen causerieën zijn! Alleen al dat woord roept beelden op van de kneuterige gezelligheid van weleer, de radiopraatjes van menig causeur in de jaren ’30. Of bepaalde voordrachten en krantenstukjes van Louis Couperus, die – hoe zeer ik zijn romans en verhalen ook bewonder – niet allemaal bewaard hadden hoeven te worden…

            Hoewel je – Fens’ werk kennende – beter zou moeten weten, vrees je het ergste aan alledaagse intimiteit te lezen te krijgen, en dat nog wel van een criticus en essayist die zich in de jaren ’60 (o.m. in het tijdschrift Merlyn) afzette tegen het biografisme in de literatuur en literatuurkritiek. Veel van de stukken hebben inderdaad hun aanleiding in een bezoek aan een klooster, een museum of een geboortehuis van een bewonderd schrijver, maar nergens treedt gelukkig de verwachte knulligheid op. Zo heeft Fens het huis bezocht waar Honoré de Balzac zich een tijd schuilhield voor zijn schuldeisers, wat leidt tot een bespiegeling over deze maniakale veelschrijver en proeflezer, waarvan de eindeloze correcties op de drukproeven zijn te zien in dit huis dat nu een museum is.

            De kwaliteit van de “kleine essays” van Fens wordt voor een groot deel bepaald door zijn stijl, waarvan inderdaad een zekere “terloopsheid” uitgaat, wat dan weer wel een rechtvaardiging vormt voor de titel van de bundel. In het voorbijgaan aan de levens en werken van schrijvers en dichters raakt Fens regelmatig aan iets essentieels van dit leven of werk, of van de literatuur. Gezien de auteurs en onderwerpen die hij vaker besproken heeft en niet gebonden aan een wekelijkse stapel te bespreken boeken lijken de meeste stukken vooral geschreven uit bewondering. Het enthousiasme waarmee hij dat gedaan heeft is aanstekelijk.

            Fens is op zijn best als een concrete tekst, veelal een gedicht, het beginpunt vormt van zijn overpeinzingen. Zo een stuk over Achterberg, “Denken als herkauwen” (p.21), waarin hij laat zien wat hem zo fascineert in diens poëzie. Dat kan liggen in een “schitterende observatie”, maar ook in de herkenning van het proces: “zoals het wat suffend denken ook geen pauzes kent”. Zou Fens zelf ook zichzelf vaak betrapt hebben op dat suffende denken, dat eigenlijk een hogere vorm van meditatie is?

            Soms is het een enkele regel, die tot suffend overdenken leidt en daarmee tot scherp lezen, maar ook tot oprechte ontroering. “Er stond muziek op toen zij hem vond”, is het mogelijke begin van een roman, of de verwoording van een filmbeeld.

            De zin roept bij mij de allerdiepste ontroering op; verklaren kan ik dat niet. Een interpretatie gaat onder de macht van gegrepenheid door.

            Het zinnetje komt uit het gedicht “muziek voor het slapen gaan”, uit een dun bundeltje van Gerrit Kouwenaar, een dichter voor wie Fens duidelijk grote  bewondering had. De titel is duidelijk ironisch, omdat het om iemand gaat die, al dan niet vrijwillig, voor altijd is gaan slapen; vlak ervoor heeft hij (of iemand anders) een muziekje opgezet. De ontroering bij Fens betreft niet alleen het beeld maar ook de taal, die allerlei dubbelzinnigheden oproept: “wat er speelde”. Welke muziek heeft er opgestaan?

                        zij hoopte dat het strawberries was geweest
                        zoetrood geneurie op koelere hoogte
                        en niet de negende kleine steeds weer
                        voorgoed onvoltooide

            In de collegezaal cultiveerde Kees Fens vaak een zekere praktische onhandigheid en zelfs enige wereldvreemdheid. Het is dan ook enigszins aandoenlijk dat hij (eerlijkheidshalve of uit valse bescheidenheid?) toegeeft dat een bewonderende lezer hem erop wees dat de strawberries verwezen naar het bekende nummer van de Beatles, “Strawberry Fields Forever”, hem die altijd alle verwijzingen wist te duiden. Had hij nou echt de jaren ’60 overgeslagen of was dit een ironische vorm van snobisme (van het type: natuurlijk ken ik die popmuziek niet)?

            Er volgt nog een diepzinnige poging tot interpretatie in relatie tot dood en herrijzen (de vogel in het gedicht), maar Fens moet bekennen feitelijk met lege handen te staan, en die voor hem typerende relativering is misschien wel het allermooiste om te lezen: “Ik herlees wat ik heb geschreven. Beter kan ik even niet. Maar de grote ontroering (…) moet onverklaard blijven. Lezen is hier een vorm van medeleven, zo sterk als ik zelden heb ervaren.”

            Als liefhebber van Engeland weet Fens toch ook met ironische distantie te schrijven over datzelfde Engeland (een beetje zoals Couperus over Den Haag). In enkele korte zinnen zet Fens een scherp beeld neer van hoe je Engeland kunt zien:

            De Engelse country is geen landschap maar een park, dat de achtertuin van het paradijs wil zijn. Er is geen boze wereld, men doet zijn tuin en dat is een dagtaak. Als hark en schoffel rusten, zet men zich in zijn eigen Hof van Eden, drinkt zijn thee en is gelukkig. ’s Zondags gaat met naar een kleine kerk, om God, de verfijndste gentleman in de streek, te danken voor het geluk. (p.153).

            Aanleiding is een bezoek van het kerkje waar de graftombe van de Engelse dichter Surrey is te vinden. Zeker de “verfijndste gentleman” is zowel ironisch richting de wat eenvoudige gelovige Engelsen, als tegelijkertijd Fens’ grootste ideaal. Elders heeft hij zich beklaagd over de teloorgang van die Engelse gentleman. En gemis hieraan in onze Nederlandse cultuur.

            Zo passeren in stukjes van maximaal 2 tot 3 bladzijden onderwerpen als “nutteloze kennis” (waar Fens als “dilettant” en professioneel “amateur” een groot liefhebber van was), Franciscus van Assisi, Dante, Petrarca, nogmaals Achterberg, Voltaire, Monteverdi, de jeugdopstellen van Gerard Reve, Nescio, Willem Wilmink, Hector Berlioz, de Athenaeum boekhandel op het Spui, de culturele vervalsingszucht van de Nijmeegse politici die de Valkhofburcht willen herbouwen, de Roomse kitsch rondom Padre Pio, de zinloosheid van het liber amicorum, etc. Je zou bij al deze verschillende onderwerpen bijna aan een pak van Sjaalman denken… wat Fens ongetwijfeld een compliment had gevonden.


            dinsdag 29 maart 2011

            De vensters krijgen ogen in het grijze

            Over: Gerrit Achterberg, Spel van de wilde jacht. Met tekeningen van Jan Kuiper. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008. Te koop bij De Slegte, € 9,99.

            Al sinds jaar en dag beschik je over een editie van de Verzamelde gedichten van Gerrit Achterberg, uitgegeven bij Em. Querido, in mijn geval de 11e druk uit 1991, maar gekocht begin 1994,  toen ik in Nijmegen een werkcollege bij Kees Fens volgde, gewijd aan de bundel Vergeetboek. Een half jaar lang, wat een luxe! Een elite-hobby, zullen veel mensen nu roepen. Door intieme omgang ga je van een werk houden. Dat is goed te zien aan mijn exemplaar, dat inmiddels door het vele meeslepen en (her)lezen wat versleten is. Het stofomslag hangt er een beetje los omheen en is aan alle kanten beschadigd, maar omdat dit het linnen toch nog goed beschermt, laat ik het eromheen zitten. Zelf zou ik het boek, als bibliofiel, in deze staat nooit meer kopen, maar dit exemplaar is deel van mijn leven en heeft daarom een ereplaats. Dat geldt in nog sterkere mate voor de gedichten van Achterberg.

            Hoe is het anders te verklaren dat, terwijl toch in die Verzamelde gedichten – ruim 1000 pagina’s – zo goed als alle gedichten van Achterberg zijn terug te vinden, ik in nog geen half jaar tijd nogmaals twee keer Achterberg heb aangeschaft?

            Het begon afgelopen najaar, in oktober, dat ik tot mijn grote verrassing een prachtuitgave bij De Slegte zag staan van Alle gedichten, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep in 2005, twee banden in cassette, met daarin de Verzamelde gedichten, en een deel Nagelaten gedichten. Oogstrelend, en voor maar € 22,50. Hoewel het budgettair niet uitkwam, heb ik geen moment geaarzeld. De meeste verzamelaars kennen de spijt van niet te hebben gekocht, die vele malen erger is dan ten onrechte te hebben aangeschaft (geld is maar geld, daar kom je wel overheen). Ik was er op tijd bij, want ik heb de uitgave al een tijdje niet meer zien staan. De website van De Slegte meldt dat de set is uitverkocht.

            Eind februari / begin maart stuitte ik, wederom bij De Slegte, op een speciale uitgave van een van de bundels van Achterberg, Spel van de wilde jacht, voorzien van tekeningen van Jan Kuiper. Het wordt bijna saai, maar ook dit boekje is oogstrelend vormgegeven en natuurlijk is de uitgever wederom Athenaeum-Polak & Van Gennep, waar men – zo lijkt het – alleen maar mooie boeken uitgeeft. Deze keer twijfelde ik. Ik had toch al (nu twee keer!) zo’n beetje alles van Achterberg? Dan ga je toch niet ook nog elke bundel los kopen? Nee, dat was niet het plan. Maar na enkele weken, af en toe nog een der filialen bezoekend (en “gelukkig” loopt zo’n losse bundel dan een stuk minder) ben ik toch bezweken voor het appelgroen met witte en rode letters, en de tekeningen, en wederom de gedichten:

            Dwingelo

            In het nooit, dat nog komt, zie ik u weer.
            Blauwe absentie houdt het weten wakker
            en doet october tot een lens verstrakken.
            De dagen hebben haast geen wolken meer.

            Cassiopeia en de grote beer
            laten bij nacht hun witte tekens knakken,
            om op het onbestaande in te hakken
            ‘t Zevengesternte gaat zachtjes te keer.

            Afwachten is ‘t consigne; luisteren.
            In Dwingelo hoor je het fluisteren
            der leegte in de radiotelescoop.

            Daar lopen ook uw trillingen te hoop.
            Verschijnen grafisch op een stuk papier.
            Misschien niet ongelijk aan deze hier.

            Onwillekeurig komt bij de “u” in het gedicht meteen de bekende associatie naar boven met de verloren geliefde, die dan weer de door Achterberg vermoorde hospita (een veronderstelde crime passionel) als biografische achtergrond zou hebben. Maar nodig is dat niet, en vaak zelfs hinderlijk beperkend. De “u” is in veel gedichten van Achterberg veel breder te begrijpen, inderdaad een geliefde, een ontbrekende, die niet is terug te halen,  soms tegelijkertijd ook het mysterie dat we in het christendom met God aanduiden. Achterberg komt uit een calvinistische omgeving en verschillende interpretatoren hebben gewezen op het soms duidelijk religieuze karakter van zijn werk. Die religie is echter nooit dogmatisch of zelfs maar belijdend, eerder zoekend en vermoedend. In veel gedichten is uitzicht op de verte of een ander tastbare gebeurtenis of symbool aanleiding om dit vermoeden van de “u” weer tot leven te wekken. En deze is vatbaar voor meerdere interpretaties naast elkaar.

            Ook in dit gedicht moet hij onwillekeurig aan de ontbrekende “u” denken. De in dit geval alleen met een radiotelescoop (d.w.z. zeer geavanceerd en precies meetinstrument) waar te nemen trillingen roepen een mogelijkheid op van de aanwezigheid van “u”, en meteen is de antenne van de dichter geactiveerd: hij registreert mee. Mooi is hoe de trillingen te hoop lopen, een uitdrukking die normaliter wordt gebruikt om de (plotselinge) samenloop van een mensenmassa aan te duiden – hier zijn het de tekenen van die ander, die ook nog eens op grafische (letterlijk “schrijvende”) manier worden vastgelegd. Gefascineerd als dat Achterberg was door wetenschap en technologie, schakelt hij de modernste apparatuur in om zijn vermoeden kracht bij te zetten. De laatste regel zet het weer op losse schroeven: “misschien”, “niet ongelijk”. Degene die de trillingen van de ander registreert is dus niet de telescoop maar hij zelf, die die trillingen omzet in zijn eigen grafische tekens van het gedicht, waarmee het gedicht ook nog een poëticale lading krijgt.

            Mooi vind ik aan dit gedicht ook de eerste regel:

            In het nooit, dat nog komt, zie ik u weer.

            De regel introduceert meteen een paradox: je zou verwachten dat er een ooit is, dat nog komt, maar hier is het een nooit. Met andere woorden: hij weet dat hij wel een eeuwigheid kan wachten voordat hij de ander kan ontmoeten, en dat is dus zo goed als gelijk aan “nooit”. Al kijk je de hele kosmos af, met de modernste apparatuur, de poging lijkt bij voorbaat al vergeefs. De hemel is leeg, blauwe absentie, er is geen “u” (en ook geen God, zo lijkt het) te vinden. Hoe meer je gaat letten op alles wat “onbestaand” is, des te opvallender wordt die leegte, die gehakt maken van zijn illusies. Zijn het stemmen in zijn hoofd die des te hoorbaarder worden als je stil de lege ruimte instaart? Is het die wemeling “van uw mooglijkheid” (zie het gedicht “Aurora”, VG 924)? Gaat het om hallucinaties die bij de geringste aanleiding worden opgeroepen?

            Deze eerste regel toont een procedé dat bij veel van Achterbergs gedichten is terug te vinden: het neerzetten van een situatie, een uitgangspunt bijna. En dat in één zin die precies een regel lang is, of die minstens als afgebakend syntactisch geheel is te lezen. Enkele voorbeelden van beginregels uit de al genoemde bundel Vergeetboek:

            “De streek gaat liggen in het blauw vandaag.” (924)

            “Een dorpsstraat in de middag, wezenloos.” (925)

            “De mens is voor een tijd een plaats van God.” (922)

            “Eindpunten op het land hebben de tijd.” (927)

            “De dorpsveldwachters hebben hem besprongen.” (931) – en dat gedicht heet dan ook nog Mania religiosa.

            “Besloten zaterdagavond bij ons thuis. / Mistvoeten liepen sluipend langs de schuur.” (951)

            “Ik hoor de treinen weer als vroeger fluiten;” (935).

            “De schemer tekent u ten voeten uit.” (936), gedicht heet Hallucinatie.

            “Om u is het aan elke plaats begonnen.” (939), gedicht heet Terra incognita – onbekend terrein.

            Bijna altijd die “u” waar het om draait, onbekend gebied waarnaar de dichter zoekt, de tijd die een rol speelt, een sfeeraanduiding (middag, blauw). De lezer wordt in de eerste regel al voor een soort fait accompli gesteld.

            Ook in Spel van de wilde jacht zijn er voorbeelden te vinden. Direct volgend op “Dwingelo” is het gedicht “Aanstalte” (p. 27 / VG 880), waarvan de eerste strofe luidt:

                        Buiten valt zijdeachtig licht naar binnen.
                        Een ding is met u gaande in de nacht.
                        ’t Kan zijn een rompbeweging, bij het zacht
                        u op een aangelegenheid bezinnen,

            Ook hier weer de hoop die opbloeit dat de “ik” iets van de “u” of van die andere wereld zal kunnen vernemen, hij is er bijna zeker van:

                        Een zee gaat door me heen van zekerheid.
                        De vensters krijgen ogen in het grijze.

            Prachtige regels, waarin de ramen zelfs tot leven komen. Maar het vage grijze is een voorafspiegeling van het zelfbedrog en de teleurstelling blijft niet lang uit:

                        Te zijn begoocheld maakt geen onderscheid
                        met wat ik eerder ook niet kon bewijzen.
                        Voormorgen staat in voornemen gehuld.

            Die laatste regel is wat raadselachtig. Is voormorgen de nacht? Of gelijk aan vandaag, het nu? Het blijft uiteindelijk bij voornemens, maar ook die lijken voor de “ik” onmisbaar.

            Wie verklaart er in godsnaam een linde heilig, die hij “gedurig” voor een vrouw aanziet? En werkt dit beeld vervolgens consequent uit, een metamorfose van boom tot vrouw? (p. 19) Alleen een geobsedeerde, monomane geest toch? Waar het om gaat is controle, beheersing:

                        Liet zich het juiste ogenblik uitsparen
                        van de verandering, dan zou ik zien
                        hoe zij tot stand komt uit haar effigie
                        en dat fotograferen en bewaren.

                        Daarvan een film opnemen, het proces
                        was dan hanteerbaar, ik kon eigenmachtig
                        bedoelde phase zoveel widescreen geven,

                        dat zij spontaan de boom ging overleven,

            Kernwoorden zijn hier “proces” en “hanteerbaar”. Als een alchemist die lood in goud wil veranderen, zo poogt de dichter met zijn materiaal de “u” te materialiseren.

            De bundel Spel van de wilde jacht bevat ook luchtigere gedichten, met regels als “de fiscus vreet me op met huid en haar”, maar dat zijn niet altijd zijn beste. Ondanks de wat monotone thematiek zijn de obsessieve gedichten met het oproepen van de ander, het problematiseren van de tijd, de depersonalisatie van de “ik”, etc. toch de beste, dankzij juist een veelzijdige uitwerking ervan met woorden en beelden uit een veelal verrassende context. Het feit alleen al dat ik weer enkele uren intensief in Achterberg heb zitten lezen, is voldoende voor de rechtvaardiging van mijn – in principe overbodige – aankoop. De tastbare schoonheid van het boek zelf is de andere reden.